Het nieuwe pensioenstelsel

Antwoorden op veelgestelde vragen.

Terug naar het overzicht
  • Let op: misschien verandert er niets voor uw pensioen

    AMF en BFM zijn bijzondere pensioenfondsen. Het overgrote deel van onze deelnemers is gepensioneerd. Daarom bestaat de kans dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds. We houden u uiteraard op de hoogte over de ontwikkelingen rond het pensioenakkoord en de mogelijke gevolgen voor uw pensioen. 

  • Waarom verandert ons pensioenstelsel?

    Ook al is ons pensioen in Nederland goed geregeld, er moesten een aantal problemen worden opgelost.

    • Pensioenen kunnen nu bijna niet meestijgen met de prijzen, ook niet als het economisch goed gaat.
    • Jongeren betalen nu te veel voor het pensioen dat ze later krijgen; ouderen betalen te weinig. Dat is geen probleem als zij hun hele leven bij een of meer fondsen pensioen opbouwen. Maar het is wel een probleem als ze op latere leeftijd voor zichzelf beginnen en weggaan bij het pensioenfonds.

    Bekijk voor meer informatie deze film op de website van de Rijksoverheid. 

    Let op: de kans bestaat dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds.

  • Wat verandert er in de tussentijd?

    Minister Koolmees wil graag tijdelijk andere regels voor wanneer fondsen de pensioenen mogen verhogen of moeten verlagen. Deze regels zouden gelden vanaf het moment dat de nieuwe wet er is (in 2023) tot het moment dat fondsen hun pensioenregeling hebben aangepast (uiterlijk 2027).

    In de overgangsperiode
    Tussen 2023 en uiterlijk 2027 hoeven pensioenfondsen de pensioenen minder snel te verlagen dan volgens de huidige regels, en mogen pensioenfondsen de pensioenen sneller verhogen dan volgens de huidige regels.

    Andere regels verhoging pensioen
    Een pensioen verhogen mag nu als de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds hoger is dan 110%. Volgens de overgangsregels wordt dat 105%. Dat is positief. Deze grens kunnen fondsen eerder halen. Minister Koolmees kijkt of die grens van 105% ook al in 2022 kan gelden. 

    Andere regels verlaging pensioen
    Een pensioen verlagen moet nu als de dekkingsgraad van een pensioenfonds lager is dan zo’n 104%. Volgens de overgangsregels wordt dat 90%. Indien we onze pensioenregeling veranderen (uiterlijk in 2027) moet de dekkingsgraad minimaal 95% zijn. Duikt hij voor die tijd onder de 90%? Dan moeten we de pensioenen verlagen.

    Let op: de kans bestaat dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds.

  • Moet u nu actie ondernemen?

    Nee, want tot 2023 verandert uw pensioenregeling niet, daarna bestaat de kans dat wij overstappen naar een nieuwe regeling. Dat is echter nog niet zeker. Indien wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel, verandert er ook niets aan uw pensioen bij ons fonds. 

    Indien wij overstappen naar een nieuwe regeling, wordt de hoogte van uw pensioen minder zeker. Check in dat geval, regelmatig uw pensioen: 

  • Pensioen sneller omhoog én omlaag

    De hoogte van uw pensioen is nu gekoppeld aan het salaris dat u gemiddeld verdiend hebt tijdens uw loopbaan. In het nieuwe pensioenstelsel wordt de hoogte afhankelijk van het pensioenkapitaal dat is gespaard tijdens de loopbaan. Hoeveel kapitaal iemand spaart, hangt af van hoeveel premie wordt betaald en hoeveel het fonds verdient met beleggen. Daardoor beweegt het pensioen meer mee met de economie en de financiële markten dan nu. Gaat het goed met de economie en verdient het fonds geld met beleggen? Dan gaat het pensioen sneller omhoog. Gaat het minder goed? Dan gaat het pensioen sneller omlaag. Dit geldt voor alle pensioenen van werknemers, oud-werknemers én gepensioneerden.

    Let op: de kans bestaat dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds.

  • Kiezen uit een gezamenlijke of een eigen pensioenpot

    In het nieuwe pensioenstelsel komen twee regelingen. Dat zijn allebei zogenaamde ‘premieregelingen’. Daarin staan geen afspraken over de hoogte van het pensioen, maar over het geld dat werkgever en werknemer betalen (of betaald hebben) voor het pensioen.

    Welke regeling fondsen krijgen, is nu nog niet bekend. De vakbonden en werkgevers kiezen een van de twee varianten voor 1 januari 2025. Of wij overstappen op een van deze regelingen, is op dit moment nog niet bekend. 

    1. Gezamenlijke pensioenpot
    Ofwel de ‘solidaire premieregeling’. Fondsen beleggen dan het pensioengeld samen in één gezamenlijke pensioenpot. Daaruit betalen ze de pensioenen. Ze reserveren ook geld in een buffer. Daarmee vangen ze financiële tegenvallers op. Bijvoorbeeld als het slechter gaat met de beleggingen. De vakbonden en werkgevers bepalen hoe ze mee- en tegenvallers verdelen onder iedereen die bij het fonds een pensioen heeft staan. Elk jaar berekenen ze per deelnemer hoe groot het deel van de gezamenlijke pensioenpot is. Zo maken ze een inschatting van het pensioen straks. Die inschatting zal ieder jaar anders zijn.

    Hoe ziet de buffer eruit?
    Het fondsbestuur, vakbonden en werkgevers beslissen:
    - hoeveel ze inleggen (maximaal 10% van de premie plus 10% van de winst met beleggen dat overblijft als de andere verplichten zijn verrekend);
    - wanneer ze uitkeren uit de buffer
    - aan wie ze uitkeren uit de buffer.

     

     

    2. Een  eigen pensioenpot
    Ofwel de ‘flexibele premieregeling’. Ook in deze variant beleggen fondsen het pensioengeld. Maar bouwen deelnemers pensioenkapitaal op in hun eigen pensioenpot. Fondsen nemen meer risico met beleggen als deelnemers jong zijn en nog ver van hun pensioen afstaan. Zo neemt de kans op een hoger pensioen toe. Als deelnemers ouder worden en dichter bij het pensioen komen, nemen fondsen minder risico met beleggen. Daardoor verandert er niet veel meer aan het pensioen vlak voordat de deelnemer met pensioen gaat. In deze variant is er standaard geen buffer. Het kan wel zijn dat er een buffer komt, maar dat moet niet.

    Welke regeling het ook wordt, fondsen hebben straks niet meer te maken met de rekenrente. Ook vervalt de dekkingsgraad als graadmeter voor hoe een fonds er financieel voor staat.

    Let op: de kans bestaat dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds.

  • Nabestaandenpensioen voor alle fondsen hetzelfde

    Ook voor het nabestaandenpensioen (partnerpensioen) zijn afspraken gemaakt. Nu zijn er nog grote verschillen tussen pensioenfondsen. Bij het ene pensioenfonds hebben nabestaanden van oud-werknemers wel nog recht op een uitkering bij overlijden, bij het andere pensioenfonds niet. Dat is verwarrend. Dit is nu voorgesteld voor alle fondsen:

    • Overlijdt u na uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner in principe een pensioen dat 70% is van het pensioen dat u van ons ontving. Hierin wijzigt niets.
    • Overlijdt u voor uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner alleen een uitkering van het fonds waar u op dat moment pensioen opbouwt. De hoogte hangt af van uw salaris. Als u een tijd geen werk hebt, houdt uw partner ook recht op deze uitkering. Nu hangt de hoogte van de uitkering af van hoeveel pensioen u had kunnen opbouwen tot uw pensioen. (Of, als u niet werkt, hoeveel pensioen u had opgebouwd.) Verder kunt u ervoor kiezen om een stukje van uw pensioen te gebruiken om een partnerpensioen voor uw partner te regelen voor als u langere tijd niet werkt of een eigen bedrijf begint.

    Let op: de kans bestaat dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds.

  • Hoe berekenen fondsen straks een pensioenuitkering?

    In het nieuwe pensioenstelsel verandert de pensioenuitkering voor gepensioneerden ook. Fondsen kijken ieder jaar:

    • hoeveel geld er voor een deelnemer in de pensioenpot zit;
    • hoe de economie het naar verwachting de komende jaren gaat doen;
    • hoe oud mensen gemiddeld worden. Hoe langer mensen leven, hoe langer mensen pensioen krijgen.

    Fondsen rekenen het (deel van de) pensioenpot elk jaar om naar een pensioen. Omdat het bedrag in de pot wisselt, gaat ook de uitkomst van die berekening elk jaar omhoog of omlaag. Het pensioen schommelt dus ieder jaar. Wel proberen fondsen die schommelingen zo klein mogelijk te houden.

    Let op: de kans bestaat dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds.

  • Hoe stappen fondsen over?

    De kans bestaat dat wij  niet  overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. Als fondsen overstappen van het huidige stelsel naar het nieuwe stelsel moeten vakbonden en werkgevers een plan maken. Daarin staat bijvoorbeeld:

    • of ze kiezen voor een regeling met een gezamenlijke of individuele pensioenpot;
    • hoe ze de opgebouwde pensioenen van dat moment willen omzetten in het nieuwe pensioen;
    • hoe ze groepen compenseren die anders minder pensioen zouden krijgen (veertigers en vijftigers)

    Het Verantwoordingsorgaan krijgt meer zeggenschap.

    Komen vakbonden en werkgevers er samen niet uit?
    Dan is er een stok achter de deur. Er komt een onafhankelijke commissie met vertegenwoordigers van werkgevers en (oud-)werknemers. Die gaat bemiddelen. En als er voor 1 januari 2025 nog geen besluit is, kan die commissie ook een bindend advies geven.

    Let op: Omdat u bij ons al een pensioenkapitaal heeft opgebouwd, kan het zijn dat voor uw pensioen niets wijzigt. Daarnaast bestaat de kans dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. Ook in dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds. 

  • 10% in één keer

    Op uw pensioendatum kunt u er straks voor kiezen om in één keer een bedrag uit uw pensioen op te nemen. Het gaat om maximaal 10% van de waarde van uw opgebouwde ouderdomspensioen. Het pensioen dat u daarna elke maand krijgt uitbetaald, gaat dan de rest van uw leven omlaag. Hebt u een partner? Dan moet hij of zij instemmen met uw keuze. Belangrijk is dat uw pensioen dus niet teveel omlaag gaat, zodat u (of uw partner na uw overlijden) nog kunt rondkomen. Eenmaal opgenomen pensioengeld kunt u niet meer terugstorten.

    Overweegt u deze keuze? Dan is het goed om te weten dat het om een bruto bedrag gaat. Dat betekent dat u hierover nog belasting moet betalen. Omdat het gunstiger kan zijn om de uitkering later te ontvangen, is het – in het huidige plan – ook mogelijk om het bedrag ineens later te ontvangen: in februari van het jaar nadat uw AOW is ingegaan.

    Verder heeft de uitkering van het bedrag ineens invloed op de hoogte van eventuele toeslagen die u ontvangt. Die worden misschien lager.

    De Eerste Kamer is in januari 2021 akkoord gegaan met het wetsvoorstel. De ingangsdatum is daarbij een jaar opgeschoven. Als alles volgens planning verloopt, krijgen nieuwe gepensioneerden vanaf 1 januari 2023 deze nieuwe keuze aangeboden.
    Er is wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moet het pensioen hoog genoeg zijn (grensbedrag is ruim € 500 bruto per jaar), moet de partner instemmen als het partnerpensioen omlaag gaat.

    Let op: de kans bestaat dat wij niet overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat geval verandert er niets aan uw pensioen bij ons fonds.